Terwijl politiek Den Haag publiekelijk tegen elkaar aan schurkt om te kijken welke dealtjes de meeste draagkracht hebben, wordt er achter de schermen een grote Beatrix-coup beraamd. De Volkskrant kopt er op donderdag 28 oktober mee: ‘Verzet tegen macht Beatrix groeit’.
De kenners zagen het natuurlijk al van verre aankomen. Rutte riep tijdens een van de vele formatiepogingen dat híj de volgende formatie zou samenstellen. Beatrix riep hem echter tot de orde. Zij melde fijntjes dat de koningin degene is die een informateur aanstelt, niet de beoogde minister-president. Een ander signaal: Op 14 oktober werd het nieuwe kabinet gepresenteerd tijdens de traditionele ‘bordesscene’. Daarna begeleide Rutte de koningin op de terugweg niet naar binnen, maar drentelde hij gezellig keuvelend met andere ministers achter de majesteit aan de trap op. Helemaal tegen het protocol, en volgens mij moet hij dat geweten hebben.
Als ondernemer ben ik niet zo bezig met het koningshuis, het blijft in mijn optiek Oranje franje. Maar het is wel heel erg toevallig dat in de week nadat het magazine Opzij Beatrix uitroept tot de meest invloedrijke vrouw van Nederland, de Tweede Kamer bericht dat de macht van Beatrix nu toch maar eens beperkt moet worden tot ceremoniële taken. Dat werpt bij mij de vraag op hoe het staat met machtige vrouwen, waar zijn ze eigenlijk? Veroveren ze de bestuurskamers of worden ze en masse verwezen naar het domein van ceremoniële taken?
Surfend op internet zie ik dat de VN recentelijk een onderzoek heeft uitgevoerd waarin beschreven staat dat een gemiddelde vrouw wereldwijd 10% tot 30% minder verdient met haar werk dan haar mannelijke collega. Ook onrustbarend: er zijn maar 14 vrouwelijke staatshoofden ter wereld. Op het ministersniveau gaat het iets beter, daar is 17% vrouw (in Nederland op dit moment 25%, ook niet best). Wat betreft het bedrijfsleven: slechts 13 van de 500 grootste bedrijven ter wereld heeft een vrouwelijke bestuursvoorzitter.
Voordat ik met priemende vinger ‘Schande’ roep, kijk ik rond in mijn eigen bedrijf. Mijn vrouwelijke commercieel manager werd onlangs geïnterviewd over de vraag hoe geëmancipeerd de IT-branche is waarin we werkzaam zijn. En hoe vrouwvriendelijk mijn bedrijf eigenlijk is. Volgens haar is deze vraag ontzettend ouderwets en niet meer relevant. “Werknemers worden afgerekend op hun geleverde resultaten, en echt niet of ze mee willen of kunnen doen aan het old-boys netwerk. Dat netwerk is sowieso erg passé.”
Ik ben natuurlijk heel erg trots op mijn commercieel manager en het helemaal met haar eens. Uit de vraag van de interviewer blijkt echter dat het niet vanzelfsprekend is dat er gekeken wordt naar wat werknemers doen en realiseren, in plaats van hoe prettig ze passen in het (mannelijke ) team. Toch denk ik dat er een grote kentering voor de deur staat. Steeds meer werknemers voeren, dankzij de mogelijkheden om online te werken, hun taken thuis of onderweg uit. Daardoor kan hun werk alleen maar beoordeeld worden op het resultaat. Ik weet zeker dat dit positief zal uitvallen voor alle werkende vrouwen. Zo kan deze technologische trend eindelijk het ‘glazen plafond’ doorbreken. En stuwt het vrouwen wellicht naar de grote hoogtes waar ze horen: de top van het bedrijfsleven.
Zoeken in deze blog
vrijdag 29 oktober 2010
okt 22 2010 het OM als baanbreker voor het Elektronisch Dossier
Deze week werd bekend dat ook gerechtshoven met digitale dossiers gaan werken. Afgelopen dinsdag werkten de raadsheren, advocaat-generaal en griffier van de Haagse rechtbank met een elektronisch dossier in NIAS: het geautomatiseerde systeem voor strafzaken in hoger beroep. Wat houd dit nu werkelijk in? Volgens het openbaar ministerie : “De advocaat-generaal zal tijdens de behandeling van de zaken niet meer van papier voorlezen, maar voordragen vanaf een beeldscherm. De griffier verwerkt de ter zitting verkregen informatie direct digitaal.” Niet erg spectaculair dus, net als de strafzaken zelf, die duidelijk ook niet van groot staatbelang zijn. “De [..] te behandelen zaken zijn onder andere (winkel)diefstallen, drugsbezit en rijden onder invloed.” Ik denk niet dat Bram Moskowicz zijn iPad al voorbereidt op een elektronisch dossier, al weet ik dat natuurlijk niet zeker.
Ondanks dat de digitalisering binnen het openbaar ministerie nu nog in een proeffase zit, en dus waarschijnlijk nog geen grote casus digitaal heeft behandeld, is het opmerkelijk dat geen enkele gedaagde of verdachte bezwaar heeft aangetekend bij het digitaliseren van zijn dossier. Tenslotte zorgt het elektronisch dossier er niet alleen voor dat werkprocessen minder gevoelig worden voor menselijke fouten, de data van dossiers is ook eenvoudig te koppelen aan, of te vergelijken met andere dossiers. Openstaande belastingaanslagen, huurachterstand, uitkeringsfraude, elke ellende die de verdachte ooit heeft veroorzaakt is met één muisklik te achterhalen. Interessant voor het OM, niet zo fijn voor verdachten. Maar ik heb nog geen gedaagde op het Binnenhof zien actievoeren.
Vergelijk het digitaliseren van juridische dossiers nu eens met het Elektronisch Patiënten Dossier. Dit EPD bezorgde voormalig minister Klink menig hoofdpijnaanval, al dan niet vastgelegd in zijn eigen EPD. Dit kwam vooral door al die verenigde artsen-patienten-ziekhuismedewerkersgroepen die zich enorm druk maken over de mogelijkheid dat de privacy van de patiënt eventueel geschonden kon worden. De EPD- onderzoeksgroepen en anti-EPD forums haalden hard uit naar de minister van Volksgezondheid en zijn digitaliseringplannen. Het landelijk EPD is 1 november 2008 van start gegaan, maar in juni van dit jaar heeft de eerste kamer de invoering van het landelijke EPD in de koelkast gezet.
Welke conclusie valt te trekken uit deze vergelijking? Natuurlijk níet dat patiënten en criminelen over één kam geschoren kunnen worden. Maar wel dat, hoe gek het ook klinkt, het OM het geluk heeft dat hun ‘cliënten’’ niet vertegenwoordigd worden door goed ingevoerde actiegroepen die alleen wijzen op de nadelen van digitalisering, en de achterban bang maken met griezelverhalen over privacyschendingen. Als het digitaliseringproces wordt uitgevoerd in een omgeving waar het koppelen van gevoelige informatie resulteert in een sneller proces, met minder kans op fouten, is dit positief voor het rechtssysteem en de Nederlandse burger. Misschien dat het OM er in de toekomst voor zorgt dat men uiteindelijk gewend raakt aan het gebruik van elektronische dossiers en de onevenredige de angst hiervoor verdwijnt. Het OM als baanbreker voor het Elektronisch Dossier. De wonderen zijn de wereld nog niet uit.
Ondanks dat de digitalisering binnen het openbaar ministerie nu nog in een proeffase zit, en dus waarschijnlijk nog geen grote casus digitaal heeft behandeld, is het opmerkelijk dat geen enkele gedaagde of verdachte bezwaar heeft aangetekend bij het digitaliseren van zijn dossier. Tenslotte zorgt het elektronisch dossier er niet alleen voor dat werkprocessen minder gevoelig worden voor menselijke fouten, de data van dossiers is ook eenvoudig te koppelen aan, of te vergelijken met andere dossiers. Openstaande belastingaanslagen, huurachterstand, uitkeringsfraude, elke ellende die de verdachte ooit heeft veroorzaakt is met één muisklik te achterhalen. Interessant voor het OM, niet zo fijn voor verdachten. Maar ik heb nog geen gedaagde op het Binnenhof zien actievoeren.
Vergelijk het digitaliseren van juridische dossiers nu eens met het Elektronisch Patiënten Dossier. Dit EPD bezorgde voormalig minister Klink menig hoofdpijnaanval, al dan niet vastgelegd in zijn eigen EPD. Dit kwam vooral door al die verenigde artsen-patienten-ziekhuismedewerkersgroepen die zich enorm druk maken over de mogelijkheid dat de privacy van de patiënt eventueel geschonden kon worden. De EPD- onderzoeksgroepen en anti-EPD forums haalden hard uit naar de minister van Volksgezondheid en zijn digitaliseringplannen. Het landelijk EPD is 1 november 2008 van start gegaan, maar in juni van dit jaar heeft de eerste kamer de invoering van het landelijke EPD in de koelkast gezet.
Welke conclusie valt te trekken uit deze vergelijking? Natuurlijk níet dat patiënten en criminelen over één kam geschoren kunnen worden. Maar wel dat, hoe gek het ook klinkt, het OM het geluk heeft dat hun ‘cliënten’’ niet vertegenwoordigd worden door goed ingevoerde actiegroepen die alleen wijzen op de nadelen van digitalisering, en de achterban bang maken met griezelverhalen over privacyschendingen. Als het digitaliseringproces wordt uitgevoerd in een omgeving waar het koppelen van gevoelige informatie resulteert in een sneller proces, met minder kans op fouten, is dit positief voor het rechtssysteem en de Nederlandse burger. Misschien dat het OM er in de toekomst voor zorgt dat men uiteindelijk gewend raakt aan het gebruik van elektronische dossiers en de onevenredige de angst hiervoor verdwijnt. Het OM als baanbreker voor het Elektronisch Dossier. De wonderen zijn de wereld nog niet uit.
Abonneren op:
Posts (Atom)